Het is zover, het tweede deel van mijn kampeergeschiedenis. Ging het eerste deel over het kamperen in mijn kindertijd, nu maken we een sprong in de tijd. Want de eerste keer dat ik weer ga kamperen is samen met Joris, ik geloof in 2001. We kopen een tent, lenen de cognackleurige kadettilac van mijn vader en rijden richting Frankrijk.

Het eerste jaar samen kamperen

Zelf was ik nog niet vaak in Frankrijk geweest, maar het was een logische vakantiebestemming. Joris was er al vaker geweest en een groot deel van Nederland vertrekt ieder jaar richting Frankrijk, dus waarom wij niet?

Dat eerste jaar vond ik het nog wel een erg spannende onderneming. Joris had zijn rijbewijs nog niet en ik had nog nooit buiten Nederland auto gereden. Dus die eerste klim bij Luik vond ik al een hele uitdaging. Maar het ging allemaal goed, irriteerden wel wat vrachtwagenchauffeurs, en we kwamen veilig aan bij onze bestemming in de Vogezen.

Met de tent naar Frankrijk

Frankrijk beviel me uitstekend, dus ook de jaren die volgden trokken we met z’n tweetje er op uit, met de tent. Omdat ik niet zo van het lange rijden ben, verbleven we vooral in het noorden en midden van Frankrijk. Maar daar is ook voldoende te zien en te doen. We bezochten verschillende kastelen, keken zelfs vanuit de camping uit op het kasteel van Beynac. Wandelden door stadjes en lazen veel boeken op een stoeltje bij de tent. Nou ja, dat laatste doe ik vooral, heerlijk vind ik dat.

De boeken zijn inmiddels ingewisseld voor een ereader

Lekker rustig aan

Joris en ik zitten wel behoorlijk op één lijn wat betreft vakantie. We vinden het leuk om wat van de omgeving te zien, rond te slenteren in een stadje, maar houden ook van het leven op de camping. Lekker wat lezen, op het gemakje koken en ’s avonds voor de tent wat drinken en gezellig wat bijpraten (als mijn boek tenminste niet te spannend is 🙂 ). Lekker rustig aan, echt een tijd om even uit te rusten en nieuwe energie op te doen voor na de vakantie.

Wandelen door mooie straatjes

Bij sommige dingen hebben we wel wat andere ideeën. Zo wil ik onderweg altijd even stoppen bij een wegrestaurant voor wat eten, maar gaat Joris liever ergens picknicken. Zo denken we ook over afstanden die we af leggen. Zo wil hij het liefst helemaal naar Zuid-Frankrijk. Maar dat zie ik niet echt zitten, waarom zo ver rijden als je dichterbij ook genoeg kunt vinden?

In de jaren die volgden zijn we wel eens verder gereden dan het noorden en midden van Frankrijk, maar vaak is dat niet gebeurd. Wie weet, ooit, in de verre toekomst, als we weer zonder kinderen op vakantie gaan. Want op vakantie met de kinderen, dat wordt natuurlijk deel 3 van mijn kampeergeschiedenis.

Pin It on Pinterest

Share This